donderdag 7 januari 2010

Kryptonite Evolution mini

Ik kwam er onlangs achter dat vele fietskoeriers een zwak hebben voor het Evolution Mini beugelslot van Kryptonite.
Tot voor kort was het nergens in Brussel te krijgen. Daar is nu verandering in gekomen.
Ik heb een paar dozen in voorraad. Niet alleen voor de fietskoeriers, ook omdat ik van huis uit iets heb met klein en makkelijk mee te nemen materiaal.
Het mini-slot meet zo'n 10 bij 15 cm en past dus in je broekzak. Het weegt een kleine kilo, komt met drie sleutels, waarvan één met verlichting, en een stevige framebevestiging. De prijs bedraagt 45 €. Geïnteresseerd? Stuur me een e-mail.
Nog een citaatje van Sheldon Brown om de laatste sceptici te overtuigen:
"The best U-locks are the smallest. My favorite is the Kryptonite Mini, which not all bike shops stock. The Mini is much smaller and lighter than the more popular models, but just as secure. It may be even more secure, because of the limited room to put a jack inside it. It also gives less purchase for leverage-based attacks.
People tend to buy the big clunky U-locks because they don't know how to use them properly. A U-lock should go around the rear rim and tire, somewhere inside the rear triangle of the frame. There is no need to loop it around the seat tube as well, because the wheel cannot be pulled through the rear triangle."

donderdag 20 augustus 2009

Filosofie des huizes

Fietsenwinkels genoeg... maar niet zoveel fietsenwinkels waar u als klant op de eerste plaats komt. Waar u een afspraak maakt en de fietsenmaker vervolgens alle tijd en aandacht heeft voor u. Om een regeling, een reparatie te laten uitvoeren zonder weken te moeten wachten. Om een fiets of een accessoire te kiezen – of gewoon voor een weloverwogen advies. Zonder dat er een rij klanten achter u staat te dringen of rinkelende telefoons elk gesprek onmogelijk maken.

Verdubbel het fietsplezier
Sinds 2005 werk ik in mijn atelier in Jette aan modulaire fietsoplossingen. Gewoon omdat ik mij tijdens mijn hele fietsende bestaan nooit heb kunnen voorstellen dat je op iets anders rijdt dan een volledig op jouw fysiek, esthetische voorkeur en rijstijl afgestemd rijwiel. Een fiets is een persoonlijk vervoermiddel. Hoe meer je hem personaliseert, des te beter en efficiënter hij zal rijden. En hoe meer het fietsgenoegen zal toenemen.


Een gezonde fiets onder een gezond lichaam
Wie fietst in Brussel en Brabant, krijgt af te rekenen met hellingen, moordend verkeer en slecht wegdek. Wil je dat zonder ongelukken elke dag doorstaan, dan kun je echt wel een goede fiets gebruiken. Een fiets die precies die componenten omvat die u nodig hebt.
Zoals een ruime keuze aan versnellingen: met 3 zult u er niet of met veel moeite komen. Hoe meer versnellingen hoe beter, om ondanks wind of helling altijd met de juiste trapcadans te rijden.
Voor de snelle en gevaarlijke afdalingen hebt u goede remmen nodig – zonder dat dat schijfremmen hoeven te zijn. U hebt de juiste maat nodig en een zitpositie die de voor u optimale verhouding biedt tussen prestaties en comfort. Extra’s als een verende voorvork, bagagedrager, stander, kaderslot of verlichting verzwaren de fiets terwijl u ze niet altijd nodig hebt.

Waarom komt u er niet met een fabrieksfiets?

Een fiets-uit-de-fabriek is goed om af en toe een boodschap mee te doen of een middagje per jaar mee te gaan fietsen – in het zonnetje.
Standaardfietsen, de naam zegt het al, bestaan in een beperkt aantal uitvoeringen. Zo zijn fietsen die 26” wielen combineren met een naafversnelling nauwelijks te vinden. Ze komen in twee en als u geluk hebt drie maten. Slechts zelden zullen die maten aansluiten bij wat u werkelijk past. De kleur is veelal grijs. Ook de houding is doorsnee. Zadel, stuur of stuurpen vervangen door passender exemplaren kan, maar kost extra. Verder hebben stadsfietsen een weelde aan voorzieningen die de fiets vele kilo’s zwaarder maken. Al hebt u ze niet altijd nodig – u betaalt er wel voor.
Bijvoorbeeld: als u een goed (beugel)slot bezit, kunt u zonder het kaderslot. Als u overwegend overdag rijdt kunt u zonder verlichting. In de schaarse gevallen dat u toch in het donker gaat fietsen, plaatst u batterijlichtjes die u na gebruik weer afneemt. Wanneer u rijdt met een rugzak, kunt u de bagagedrager missen. Een verende voorvork is niet nodig op het Brusselse terrein, verzwaart de fiets met 1 à 2 kg en verhoogt de onderhoudskosten. Het nut van een stander is mij altijd ontgaan – of het moest zijn om de fietsen in de winkel netjes op een rij te zetten. En dan zwijg ik nog over de jasbeschermers...

Wat kunt u verwachten van een gepersonaliseerde fiets?

Wanneer u bij mij een gepersonaliseerde fiets bestelt, vertrekken we van een frame in de maat die u past. Een frame van aluminium als u belang hecht aan lichtheid en zelf niet veel weegt. Van staal als u rijdt als een gek, 90 kilo weegt of op wereldreis wilt. In alle kleuren van de regenboog, met of zonder logo. Ook grijs is mogelijk.
Vervolgens kiezen we in samenspraak de onderdelen en accessoires die u vandoen hebt, in de kwaliteit die past bij uw rijstijl, reisweg en gewicht. Slechts de onderdelen die u nodig hebt, niets meer. Waarbij de juiste orde van prioriteiten evenzeer van belang is.
Na het frame zijn de wielen, als grootste bewegende delen, maatgevend voor de prestaties van de fiets. Zij moeten worden opgebouwd in overeenstemming met uw gewicht en de te vervoeren bagage, licht lopen en recht blijven. Lichte en aërodynamische wielen maken elke fiets snediger. Met andere woorden: ruim in uw budget eerst plaats in voor de wielen, dan voor de aandrijving (de groep waar zoveel mensen mee te koop lopen) – en in laatste instantie de verlichting of bagagedrager.
Wel onontbeerlijk op het grillige Brabantse terrein zijn betrouwbare remmen. Wie goed nadenkt kiest hydraulische remmen. Zij remmen krachtiger en blijven dat doen, terwijl de remleidingen zo goed als geen onderhoud behoeven – en zelfs de remblokjes minder slijten.
Ten slotte komt de kers op de taart: als de wielen, de aandrijving en de pedalen gemonteerd zijn, wordt u uitgenodigd voor een passessie, waarbij u verschillende zadels, sturen, stuurhoogtes en stuurpennen kunt uitproberen – op de fiets. Pas als alles goed “zit” wordt de fiets afgemonteerd met handvatten, rem- en versnellingshendels en kabels. En ja hoor, als u dat wilt, met jasbeschermers.

Voor een handvol euro’s meer...
Met een degelijke fiets, à la carte gemonteerd, met handgemaakte wielen, aangepast aan uw fysiek, spaart u onnodige onderdelen, onderhoudsuren en reparatiekosten uit, alsmede doktersrekeningen als gevolg van een verkeerde fietshouding. En bij de uren die u niet in de file moet staan, mag u nog eens de minuten optellen dat u sneller en monterder op uw bestemming bent. Met andere woorden: voor de paar honderd euro meer die een volledig gepersonaliseerde fiets kost, verdubbelt u het fietsplezier, en dat gedurende vele jaren. Tel uit uw winst...

donderdag 29 januari 2009

Degelijk materiaal

Elke dag dat ik mijn bestendig zwaarder wordende dochter een klein eindje meeneem achter op mijn Tubus Vegaatje, houd ik de adem in: zal hij het houden? Tot nog toe blijft-i overeind, al weegt mijn dochter ondertussen 40 kg en bedraagt de fabrieksspecificatie maximaal 25 kg toegelaten gewicht.
Op het moeilijke Brusselse terrein is betrouwbaarheid een must. De dagelijkse gebruiker door weer en wind heeft al genoeg andere dingen aan haar hoofd. Vakantiefietsers weten dat je met Tubus bagagedragers op het vlak van duurzaamheid gebeiteld zit, met hun 10 (!) jaar garantie, hun lichte en toch oerdegelijke bouw en bevestiging. Even rukken om te zien hoe vast en hoe stevig het zit, en je bent verkocht.
Nog enkele gedachten over dit thema.
De naafdynamo mag dan een stap vooruit zijn qua degelijkheid, atmosferische bestendigheid en bedrijfszekerheid, de bekabeling naar het achterlicht blijft een teer punt. Vooraan kan de kabel natuurlijk het best door het frame getrokken worden. Achteraan kan je hem extra beschermen door hem langs de spatbordpoten in een stuk krimpkous te stoppen.
Toen ik laatst wéér eens (M70T4) Shimano remblokjes (na twee maanden dagelijks gebruik, weliswaar in hondenweer) moest vervangen, prees ik de Magura-velgrembezitters voor de zoveelste maal gelukkig. Niet alleen hebben hun remmen een efficiënte en onderhoudsvrije bediening, hun blokjes slijten ook zo goed als niet. Ondertussen ben ik voor de v-brakes overgestapt op Koolstops. 's Kijken of die het langer uithouden... iemand nog een andere suggestie?
Meer en meer kom ik er, als sportief derailleurgebruiker, achter dat naafversnellingen toch wel hun voordelen hebben. Betrouwbaarheid alom: minder kettingslijtage, geen uitstekende delen, betere bescherming tegen weers- en andere invloeden.
Voor de in alle opzichten superieure Rohloff (bouwkwaliteit, souplesse, enorm bereik) moet je het geld hebben, natuurlijk, maar ook de Nexus 8 werkt storingvrij en heeft een bereik dat voldoende blijkt voor Brussel. De Sram i-motion 9 schakelt prima, en heeft een iets groter bereik dan de Nexus, weliswaar voor een hogere prijs. Onlangs kwam Shimano met de Alfine 11, die net als de Rohloff in een oliebad loopt. Deze nieuwe naaf heeft een bereik van rond de 400% en weegt ietsje minder dan zijn 8-speed voorgangers.
Voor mijn handgebouwde fietsen begint alles uiteraard met een degelijk frame. Ik gebruik stalen frames van fahrradmanufaktur voor mensen met een hoger gewicht of een ruwere rijstijl. Als het een beetje lichter en snediger mag zijn, ga ik uit van de schitterende - en solide - aluframes van Maxx.
Ook de bespaking van het achterwiel kan niet stevig genoeg zijn. Desgewenst monteer ik rechtsachter spaken met een dikkere kop zoals de Sapim Strong.
En als het nu lijkt dat overwegend Duits materiaal de stevigheidstest doorstaat: het Britse Brompton gooit net zulke hoge ogen, niet alleen op het stuk van degelijkheid en slim ontwerp, maar ook wat service in de Benelux betreft.

woensdag 5 september 2007

Fietsverlichting

De herfst is dé tijd om enig licht in de duisternis te brengen.
Ik kan er niets aan doen, ik ben al mijn hele leven een sucker voor die onnozele Smart fietslampjes op batterij, die weliswaar niet veel licht geven op een nachtelijke landweg in Ierland, maar je in de stad goed zichtbaar maken, zeker als ze in flikkerstand staan. En de nieuwe Superflash kan je al helemaal niet meer over het hoofd zien.
Gelet op de belachelijk lage prijs van zulke batterijlampjes, is het godgeklaagd te zien hoeveel jochies 's avond of 's nachts de straat en zichzelf onveilig maken op (pseudo)mountainbikes zonder enige reflectie of verlichting. Fietsenmakers, hier ligt een taak. Maak uw jeugdige klanten en hun ouders diets dat wie ze alle vijf bij elkaar heeft met licht rijdt.
Welk licht, dat is de vraag... Het antwoord hangt ervan af of je veel of weinig in het donker fietst. Rijd je weinig, dan kun je je die enkele keer behelpen met batterijlichtjes. Wil je toch wat licht vooraan, dan is er voor 20 euro ook een Smart die in het stopcontact oplaadt en een redelijke lichtbundel voor je uitwerpt.
Prijziger en mooier zijn de Sigma-systemen. De oplaadbare Nipack-accu is los, dus hoeft alleen mee als je hem nodig hebt. De fraaie Vario-koplamp geeft een smak licht (een scherp afgebakende straal vóór de fiets plus enig strooilicht opzij). Deze lamp kan, verbonden met een achterlicht, vast op de fiets. Hij kan ook, afneembaar, op het stuur gemonteerd worden. Een echt hebbeding is Sigma's laatste nieuwe accu, een minuscuul Lithium-ion geval dat Iion heet. Alleen te gebruiken met twee nieuwe lampsystemen, de eveneens piepkleine Karma en de gepimpte Powerled Black.
Batterijsystemen zijn een uitkomst voor gewichtrekenaars. Je neemt geen ballast mee als je geen licht nodig hebt. Speelt je ecologische geweten op, dan gebruik je oplaadbare batterijen. Nog een voordeel: je lampen branden ook als je stilstaat.
Rijd je frequent in de nacht of de schemering dan is het waanzin om telkens weer lampjes en batterijen te gaan monteren en meeslepen. Het loont dan de moeite om over de prijs, het gewicht en de onoverkomelijke wrijving van een vast verlichtingssysteem, met dynamo, heen te stappen. De bedrijfszekerheid is een extra argument: batterijen en accu's kunnen onverhoeds leeg raken.
De traditionele dynamo is inmiddels uitgegaan als een nachtkaars. De nieuwste Schwalbe Marathon Supreme banden hebben niet eens meer een loopril voor het dynamowieltje. Alle ogen zijn nu gericht op de naafdynamo en dat is ook logisch. Het is een netjes afgesloten systeem dat zowel elektrisch als mechanisch betrouwbaarder is dan de traditionele dynamo.
Een naafdynamo geeft helaas ook als-ie uit staat altijd een beetje wrijving. Wil je die wrijving tot een minimum beperken en kun je het breed laten hangen, dan mag je van mij een SON nemen. Maar ook de wrijvingsarme Shimano sportdynamo's komen in aanmerking, voor minder geld. (De lichtste (3N80) weegt 80g minder dan de SON 28, maar nog altijd 100g meer dan de SON 20R.)
Iets heel anders: het Deense Reelight systeem dat werkt op inductie, dus zonder batterijen of dynamo. Niet voor wie veel licht nodig heeft: de lichtopbrengst van de (knipper)lichten is gering, dus niet genoeg voor de landweg. Het licht blijft wel branden als je stopt. De lampjes zitten vast op de wielas, misschien niet de ideale plaats voor wie het wiel wel eens uitneemt. Pluspunten zijn het lichte gewicht en de totale afwezigheid van wrijving.
Ik merk dat het onderwerp de muizen in beweging brengt. Daarom een paar linkjes om er nog véél meer over te lezen (met dank aan M-gineering):
Olaf Schultz heeft een website over van alles en nog wat, waaronder fietsverlichting (Duits, veel formules...)
Peter White, de Amerikaanse Gerritsen & Meijers, heeft een site om van te smullen, ook over fietsverlichting (Engels, veel nadruk op Son en Busch & Müller)
(Beiden blijken grote fans van open source - zou een open geest te maken hebben met goed fietslicht?)
Bekijk ook de recentere berichten over fietsverlichting: Groot licht en Licht in tijden van duisternis.

zondag 17 juni 2007

Het zweethemd

Het zweethemd is een veelzijdig kledingstuk, dat in de zomer het transpiratievocht opzuigt en afvoert, en in de winter kan dienen als extra laag om warm te blijven.
Het lijkt paradoxaal om in de hitte nog een hemd onder je fietsshirt te dragen, toch is er geen renner die zonder zweethemd rijdt. Waarom?
Na een kwartiertje rijden in de zon loopt het transpiratievocht in straaltjes van je af. Zweethemden zijn zo gemaakt dat ze dat vocht bliksemsnel opnemen en laten verdampen. Het resultaat is dat de huid nagenoeg droog blijft, het hinderlijke plakkerige gevoel achterwege blijft en je fietsshirt na de rit niet meer kliedernat is.
Wat zijn de beste zweethemden? Ik heb er verschillende geprobeerd
1. met mouwtjes van Agu, dat ik niet fantastisch vind vanwege de geurtjes die erin blijven hangen. Wel is dit hemd lekker warm in de winter.
2. het welbekende Brynje-ondergoed, een merk dat zonder meer goed werkt
3. de collectie van Bioracer, die zijn werk prima doet en ook iets goedkoper uitvalt dan Brynje. Ze hebben shirts met en zonder mouwtjes, en daarnaast speciale verstevigde uitvoeringen die werken als windbreker en daarom meer geschikt zijn voor de herfst en de winter.

woensdag 23 mei 2007

Hoe compacter hoe beter?

Het gangbare racecrankstel met zijn grote molen van 53 en binnenblad van 39 krijgt steeds meer concurrentie van het compacte crankstel, met een buitenblad van 50 of minder en een binnenblad van 34 of 36. Een welkome zaak, mijns inziens, en heus niet alleen voor beginners of voor mensen die niet zonder tripel konden. Ik zie naast veel voordelen slechts één nadeel. Hier komen de voordelen:
> lichter gewicht dan tripel + kortere trapas dus groter energierendement
> door kleinere kettingbladen en spider meer stijfheid en minder slingeren
> met een 50 zitten die 13 of 12 er niet alleen maar voor de sier
> mensen die nog met een cassette van 8 rijden hoeven geen grote sprongen meer te maken om naar een 26 of 27 te kunnen gaan, maar komen toe met binnenkransjes van pakweg 18, 20 en 23 (34 x 23 is klein genoeg voor de Ventoux).
Het enige nadeel? 16 tandjes omlaag schakelen is wel eens te veel van het goede, zodat je achteraan weer verplicht bent een of twee tandjes bij te steken. En tja, waar voormalige tripelrijders van wakker zouden kunnen liggen is dat hun lange derailleur er enigszins voor spek en bonen bijhangt. Daar staat tegenover dat je van nu af niet meer als broekie wordt uitgelachen door de wielervrienden.
Het hoeft geen fortuinen te kosten om over te gaan naar een compact. Een nieuw crankstel dus (je steekcirkel is nu 110 mm), ketting iets inkorten, voorderailleur iets lager zetten. Had je vroeger een tripel linkerversteller, dan stel je die gewoon in op een overgang minder. Met andere woorden: als je toch toe was aan de vervanging van bracket en/of crankstel, waag de sprong...

dinsdag 15 mei 2007

Klopt 't, van die nieuwe trapaslagers?

Wie ermee begon weet ik niet meer, Shimano of FSA... de nieuwsoortige trapassen waarbij de lagers aan de buitenkant van het brackethuis komen en de rechtercrank uitloopt in een haarfijn in het industrielager passende holle as, waarop de linkercrank met twee inbusboutjes vastzit. Dit in tegenstelling tot traditionele brackets, waar de kogellagers binnen in het brackethuis liggen, en de cranks in een (vierkante of gekartelde) massieve trapas worden geschroefd.
Het klinkt mooi in theorie, het lager aan de buitenkant, waar immers de grootste duwkracht opgevangen moet worden, maar werkt het ook?
Ik heb er inmiddels een paar in gebruik (de R700 compact en de LX, allebei van Shimano) en voor één keer de is de marketingbuzz helemaal terecht. Het trapstel voelt stijver aan, zowel bij het klimmen recht op de trappers als bij het accelereren. In het algemeen lijkt de krachtoverbrenging directer. Speling blijft, zelfs na jaren gebruik, bij mij compleet achterwege. Kortom een regelrechte voltreffer, die ik iedereen die op zoek is naar een serieuze upgrade kan aanraden.
Als je het niet van mij wilt aannemen: Campagnolo introduceert het systeem onder de naam UTS (Ultra Torque System), met een lichte variatie in de bevestiging van de linkercrank. Nog meer aanbeveling nodig?