Als er één fiets een hoogstpersoonlijke benadering vraagt, dan wel de racefiets. Kan bij de stadsfiets nog een kleine afwijking getolereerd worden, de racefiets moet van top tot teen juist zitten en van de juiste componenten zijn voorzien. Van bandjes tot cranklengte, van zadel tot stuurpositie, hoe gepersonaliseerder de fiets, hoe beter hij zal rollen en accelereren. Om van het psychologische voordeel ("dit is mijn fiets en zo is er maar één") nog te zwijgen.
Wie over individualiseren spreekt, beginne bij het begin: een fiets die vanaf het frame volledig à la carte wordt opgebouwd, met precies die onderdelen die bij je rijstijl en in je budget passen. Waarbij en passant ook nog eens een unieke look gerealiseerd kan worden. Wat racefietsen betreft werkte ik lang met de aluminium frames van
Bergwerk, ofwel in "gewoon" aluminium (Spes), ofwel in scandium (Pax). De fabrikant, Muesing, is helaas failliet gegaan. Blijven over: de stalen frames van Hardo Wagner (voor stad, gravel, trekking). Naast deze sobere, robuuste en lichte frames bied ik twee andere pluspunten.
1.
Na het frame zijn de wielen het belangrijkste onderdeel van de fiets (niet de groep waar zoveel mee gepronkt wordt). Ik bouw de racewielen bij voorkeur zelf, met zwarte of zilveren velgen van Mavic of DT, enkel, dubbel of niet gebust. De velghoogte, het aantal spaken en de kruising kan worden aangepast aan de voorkeur, het gewicht en de stijl van de rijder. De spaken zijn minstens van Sapim Race-kwaliteit, met als top of the bill de aërodynamische CX-Ray. Deze laatste, handmade in Wilrijk, zijn 25% lichter, stukken duurzamer en ehhh vijf keer zo duur. Voeg daaraan toe naven van Shimano (Dura Ace, Ultegra), Campagnolo Record of DT (190, 240, 350) et ça roule.
2.
Als de aandrijving, pedalen en wielen gemonteerd zijn, laat ik de berijder een aantal zadels, sturen (verschillende breedtes, compact of klassiek, ronde of ergonomische bocht, al dan niet platte bovenkant, al dan niet carbon), stuurhoogtes en stuurpennen uittesten. Millimeterwerk... Zodra de juiste zit gerealiseerd is, wordt ook de positie van de verstellers nog eens aangepast.
Waarna de kabels getrokken worden en het stuurlint gewikkeld. Dat ook hierbij een spervuur van individuele inkleuring mogelijk is, spreekt vanzelf.
Posts tonen met het label velg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label velg. Alle posts tonen
donderdag 21 juni 2018
donderdag 11 december 2014
Handgemaakte wielen
Zijn er nog mensen die wielen met de hand laten bouwen? En fietsenmakers die daar tijd insteken? Jazeker, en ze hebben overschot van gelijk. Want als het gaat om sterkte en flexibiliteit (in beide betekenissen), halen industriële wielen het niet bij het betere handwerk. Dat krijg je als denkwerk en uitvoering direct aan elkaar gekoppeld zijn; kom er maar eens om tegenwoordig.
Wat is er zo bijzonder aan handgemaakte wielen? Om te beginnen werk je als zelfbouwer alleen met kwaliteitsmateriaal, anders is het (in verhouding tot de arbeidskosten) niet de moeite om eraan te beginnen. Bij een fabriekswiel is het altijd afwachten wat er precies voor materiaal in zit. Vooral voor spaken en nippels (de zwaarst belaste delen van het wiel) is alleen het beste goed genoeg. Heb je nog geld over, dan kun je gaan voor een betere en lichtere naaf en velg. Waar fabriekswielen gemaakt zijn voor de grootste gemene deler, kunnen handgemaakte wielen qua aantal en soort spaken, kruisen en spanning, nauwkeurig afgestemd worden op de rijstijl en het gewicht van de fietser. Ten slotte weet je als zelfbouwer haarfijn waar de zwakke plekken (kunnen) zitten. Zodat je als er toch iets mis gaat, gericht kunt repareren en niet het hele wiel hoeft weg te gooien.
Mensen met een gewicht boven de 70 kilo en/of een meedogenloze rijstijl zullen doorgaans beter gebaat zijn bij een klassiek wiel met iets meer spaken dan bij de prijzige, uiterst fijnzinnige maar helaas ook kwetsbare varianten die tegenwoordig de ronde doen. Wie herinnert zich niet hoe Burkharts voorwiel als een elastiekje dubbel plooide bij een onnozele val over een hond in de Tour van 2007? De T-Mobile wielen werden in illo tempore overigens handgemaakt door een obscuur Duits paar. Ik stel me graag voor dat ze voor een deel werden uitbetaald in stimulantia en apestoned achter de werkbank stonden.
Maar ter zake: een uitgebreide, zeer degelijke uiteenzetting over spaakpatronen en -spanningen is na te lezen op de site van velofilie (waar een terechte heldenrol is weggelegd voor de bewonderenswaardige Rolf-wieltjes die zelfs na jaren gebruik niet de minste slag vertonen en als zodanig de hightech-uitzondering vormen die de regel bevestigt).
Een paar keukengeheimen: in het stadsverkeer geef ik de voorkeur aan 26" wielen die niet alleen stijver zijn (doordat de velg dichter bij de naaf zit) maar naar mijn gevoel de fiets tevens compacter maken om tussen de auto's door te laveren. Sapim double butted racespaken zijn goed voor alle gebruik (laatst had ik er ook goeie van Alpina). Afgeplatte spaken zoals de Sapim CX-rays hebben voornamelijk zin in het voorwiel, waar ze het grootste verschil in luchtweerstand maken. Heb je voldoende fondsen, dan mag je er voor mijn part ook in het achterwiel de blits mee maken. Wat naven betreft heb ik gemengde ervaringen met 105, niets dan goede met de zeer betaalbare Deore. De velgen die ik gebruik zijn uiteraard dubbelkamer, bij voorkeur dubbel gebust. De Mavic Open Pro's zijn een fraaie klassieker, al zit er ook wel eens een minder strakke tussen.
Abonneren op:
Posts (Atom)