donderdag 29 januari 2009

Degelijk materiaal

Elke dag dat ik mijn bestendig zwaarder wordende dochter een klein eindje meeneem achter op mijn Tubus Vegaatje, houd ik de adem in: zal hij het houden? Tot nog toe blijft-i overeind, al weegt mijn dochter ondertussen 40 kg en bedraagt de fabrieksspecificatie maximaal 25 kg toegelaten gewicht.
Op het moeilijke Brusselse terrein is betrouwbaarheid een must. De dagelijkse gebruiker door weer en wind heeft al genoeg andere dingen aan haar hoofd. Vakantiefietsers weten dat je met Tubus bagagedragers op het vlak van duurzaamheid gebeiteld zit, met hun 10 (!) jaar garantie, hun lichte en toch oerdegelijke bouw en bevestiging. Even rukken om te zien hoe vast en hoe stevig het zit, en je bent verkocht.
Nog enkele gedachten over dit thema.
De naafdynamo mag dan een stap vooruit zijn qua degelijkheid, atmosferische bestendigheid en bedrijfszekerheid, de bekabeling naar het achterlicht blijft een teer punt. Vooraan kan de kabel natuurlijk het best door het frame getrokken worden. Achteraan kan je hem extra beschermen door hem langs de spatbordpoten in een stuk krimpkous te stoppen.
Toen ik laatst wéér eens (M70T4) Shimano remblokjes (na twee maanden dagelijks gebruik, weliswaar in hondenweer) moest vervangen, prees ik de Magura-velgrembezitters voor de zoveelste maal gelukkig. Niet alleen hebben hun remmen een efficiënte en onderhoudsvrije bediening, hun blokjes slijten ook zo goed als niet. Ondertussen ben ik voor de v-brakes overgestapt op Koolstops. 's Kijken of die het langer uithouden... iemand nog een andere suggestie?
Meer en meer kom ik er, als sportief derailleurgebruiker, achter dat naafversnellingen toch wel hun voordelen hebben. Betrouwbaarheid alom: minder kettingslijtage, geen uitstekende delen, betere bescherming tegen weers- en andere invloeden.
Voor de in alle opzichten superieure Rohloff (bouwkwaliteit, souplesse, enorm bereik) moet je het geld hebben, natuurlijk, maar ook de Nexus 8 werkt storingvrij en heeft een bereik dat voldoende blijkt voor Brussel. De Sram i-motion 9 schakelt prima, en heeft een iets groter bereik dan de Nexus, weliswaar voor een hogere prijs. Onlangs kwam Shimano met de Alfine 11, die net als de Rohloff in een oliebad loopt. Deze nieuwe naaf heeft een bereik van rond de 400% en weegt ietsje minder dan zijn 8-speed voorgangers.
Voor mijn handgebouwde fietsen begint alles uiteraard met een degelijk frame. Ik gebruik stalen frames van fahrradmanufaktur voor mensen met een hoger gewicht of een ruwere rijstijl. Als het een beetje lichter en snediger mag zijn, ga ik uit van de schitterende - en solide - aluframes van Maxx.
Ook de bespaking van het achterwiel kan niet stevig genoeg zijn. Desgewenst monteer ik rechtsachter spaken met een dikkere kop zoals de Sapim Strong.
En als het nu lijkt dat overwegend Duits materiaal de stevigheidstest doorstaat: het Britse Brompton gooit net zulke hoge ogen, niet alleen op het stuk van degelijkheid en slim ontwerp, maar ook wat service in de Benelux betreft.

woensdag 5 september 2007

Fietsverlichting

De herfst is dé tijd om enig licht in de duisternis te brengen.
Ik kan er niets aan doen, ik ben al mijn hele leven een sucker voor die onnozele Smart fietslampjes op batterij, die weliswaar niet veel licht geven op een nachtelijke landweg in Ierland, maar je in de stad goed zichtbaar maken, zeker als ze in flikkerstand staan. En de nieuwe Superflash kan je al helemaal niet meer over het hoofd zien.
Gelet op de belachelijk lage prijs van zulke batterijlampjes, is het godgeklaagd te zien hoeveel jochies 's avond of 's nachts de straat en zichzelf onveilig maken op (pseudo)mountainbikes zonder enige reflectie of verlichting. Fietsenmakers, hier ligt een taak. Maak uw jeugdige klanten en hun ouders diets dat wie ze alle vijf bij elkaar heeft met licht rijdt.
Welk licht, dat is de vraag... Het antwoord hangt ervan af of je veel of weinig in het donker fietst. Rijd je weinig, dan kun je je die enkele keer behelpen met batterijlichtjes. Wil je toch wat licht vooraan, dan is er voor 20 euro ook een Smart die in het stopcontact oplaadt en een redelijke lichtbundel voor je uitwerpt.
Prijziger en mooier zijn de Sigma-systemen. De oplaadbare Nipack-accu is los, dus hoeft alleen mee als je hem nodig hebt. De fraaie Vario-koplamp geeft een smak licht (een scherp afgebakende straal vóór de fiets plus enig strooilicht opzij). Deze lamp kan, verbonden met een achterlicht, vast op de fiets. Hij kan ook, afneembaar, op het stuur gemonteerd worden. Een echt hebbeding is Sigma's laatste nieuwe accu, een minuscuul Lithium-ion geval dat Iion heet. Alleen te gebruiken met twee nieuwe lampsystemen, de eveneens piepkleine Karma en de gepimpte Powerled Black.
Batterijsystemen zijn een uitkomst voor gewichtrekenaars. Je neemt geen ballast mee als je geen licht nodig hebt. Speelt je ecologische geweten op, dan gebruik je oplaadbare batterijen. Nog een voordeel: je lampen branden ook als je stilstaat.
Rijd je frequent in de nacht of de schemering dan is het waanzin om telkens weer lampjes en batterijen te gaan monteren en meeslepen. Het loont dan de moeite om over de prijs, het gewicht en de onoverkomelijke wrijving van een vast verlichtingssysteem, met dynamo, heen te stappen. De bedrijfszekerheid is een extra argument: batterijen en accu's kunnen onverhoeds leeg raken.
De traditionele dynamo is inmiddels uitgegaan als een nachtkaars. De nieuwste Schwalbe Marathon Supreme banden hebben niet eens meer een loopril voor het dynamowieltje. Alle ogen zijn nu gericht op de naafdynamo en dat is ook logisch. Het is een netjes afgesloten systeem dat zowel elektrisch als mechanisch betrouwbaarder is dan de traditionele dynamo.
Een naafdynamo geeft helaas ook als-ie uit staat altijd een beetje wrijving. Wil je die wrijving tot een minimum beperken en kun je het breed laten hangen, dan mag je van mij een SON nemen. Maar ook de wrijvingsarme Shimano sportdynamo's komen in aanmerking, voor minder geld. (De lichtste (3N80) weegt 80g minder dan de SON 28, maar nog altijd 100g meer dan de SON 20R.)
Iets heel anders: het Deense Reelight systeem dat werkt op inductie, dus zonder batterijen of dynamo. Niet voor wie veel licht nodig heeft: de lichtopbrengst van de (knipper)lichten is gering, dus niet genoeg voor de landweg. Het licht blijft wel branden als je stopt. De lampjes zitten vast op de wielas, misschien niet de ideale plaats voor wie het wiel wel eens uitneemt. Pluspunten zijn het lichte gewicht en de totale afwezigheid van wrijving.
Ik merk dat het onderwerp de muizen in beweging brengt. Daarom een paar linkjes om er nog véél meer over te lezen (met dank aan M-gineering):
Olaf Schultz heeft een website over van alles en nog wat, waaronder fietsverlichting (Duits, veel formules...)
Peter White, de Amerikaanse Gerritsen & Meijers, heeft een site om van te smullen, ook over fietsverlichting (Engels, veel nadruk op Son en Busch & Müller)
(Beiden blijken grote fans van open source - zou een open geest te maken hebben met goed fietslicht?)
Bekijk ook de recentere berichten over fietsverlichting: Groot licht en Licht in tijden van duisternis.

zondag 17 juni 2007

Het zweethemd

Het zweethemd is een veelzijdig kledingstuk, dat in de zomer het transpiratievocht opzuigt en afvoert, en in de winter kan dienen als extra laag om warm te blijven.
Het lijkt paradoxaal om in de hitte nog een hemd onder je fietsshirt te dragen, toch is er geen renner die zonder zweethemd rijdt. Waarom?
Na een kwartiertje rijden in de zon loopt het transpiratievocht in straaltjes van je af. Zweethemden zijn zo gemaakt dat ze dat vocht bliksemsnel opnemen en laten verdampen. Het resultaat is dat de huid nagenoeg droog blijft, het hinderlijke plakkerige gevoel achterwege blijft en je fietsshirt na de rit niet meer kliedernat is.
Wat zijn de beste zweethemden? Ik heb er verschillende geprobeerd
1. met mouwtjes van Agu, dat ik niet fantastisch vind vanwege de geurtjes die erin blijven hangen. Wel is dit hemd lekker warm in de winter.
2. het welbekende Brynje-ondergoed, een merk dat zonder meer goed werkt
3. de collectie van Bioracer, die zijn werk prima doet en ook iets goedkoper uitvalt dan Brynje. Ze hebben shirts met en zonder mouwtjes, en daarnaast speciale verstevigde uitvoeringen die werken als windbreker en daarom meer geschikt zijn voor de herfst en de winter.

woensdag 23 mei 2007

Hoe compacter hoe beter?

Het gangbare racecrankstel met zijn grote molen van 53 en binnenblad van 39 krijgt steeds meer concurrentie van het compacte crankstel, met een buitenblad van 50 of minder en een binnenblad van 34 of 36. Een welkome zaak, mijns inziens, en heus niet alleen voor beginners of voor mensen die niet zonder tripel konden. Ik zie naast veel voordelen slechts één nadeel. Hier komen de voordelen:
> lichter gewicht dan tripel + kortere trapas dus groter energierendement
> door kleinere kettingbladen en spider meer stijfheid en minder slingeren
> met een 50 zitten die 13 of 12 er niet alleen maar voor de sier
> mensen die nog met een cassette van 8 rijden hoeven geen grote sprongen meer te maken om naar een 26 of 27 te kunnen gaan, maar komen toe met binnenkransjes van pakweg 18, 20 en 23 (34 x 23 is klein genoeg voor de Ventoux).
Het enige nadeel? 16 tandjes omlaag schakelen is wel eens te veel van het goede, zodat je achteraan weer verplicht bent een of twee tandjes bij te steken. En tja, waar voormalige tripelrijders van wakker zouden kunnen liggen is dat hun lange derailleur er enigszins voor spek en bonen bijhangt. Daar staat tegenover dat je van nu af niet meer als broekie wordt uitgelachen door de wielervrienden.
Het hoeft geen fortuinen te kosten om over te gaan naar een compact. Een nieuw crankstel dus (je steekcirkel is nu 110 mm), ketting iets inkorten, voorderailleur iets lager zetten. Had je vroeger een tripel linkerversteller, dan stel je die gewoon in op een overgang minder. Met andere woorden: als je toch toe was aan de vervanging van bracket en/of crankstel, waag de sprong...

dinsdag 15 mei 2007

Klopt 't, van die nieuwe trapaslagers?

Wie ermee begon weet ik niet meer, Shimano of FSA... de nieuwsoortige trapassen waarbij de lagers aan de buitenkant van het brackethuis komen en de rechtercrank uitloopt in een haarfijn in het industrielager passende holle as, waarop de linkercrank met twee inbusboutjes vastzit. Dit in tegenstelling tot traditionele brackets, waar de kogellagers binnen in het brackethuis liggen, en de cranks in een (vierkante of gekartelde) massieve trapas worden geschroefd.
Het klinkt mooi in theorie, het lager aan de buitenkant, waar immers de grootste duwkracht opgevangen moet worden, maar werkt het ook?
Ik heb er inmiddels een paar in gebruik (de R700 compact en de LX, allebei van Shimano) en voor één keer de is de marketingbuzz helemaal terecht. Het trapstel voelt stijver aan, zowel bij het klimmen recht op de trappers als bij het accelereren. In het algemeen lijkt de krachtoverbrenging directer. Speling blijft, zelfs na jaren gebruik, bij mij compleet achterwege. Kortom een regelrechte voltreffer, die ik iedereen die op zoek is naar een serieuze upgrade kan aanraden.
Als je het niet van mij wilt aannemen: Campagnolo introduceert het systeem onder de naam UTS (Ultra Torque System), met een lichte variatie in de bevestiging van de linkercrank. Nog meer aanbeveling nodig?

donderdag 10 mei 2007

Tips & Tests

Deze stories heten Fiets Tips & Tests omdat ik hier met de regelmaat van de klok bestaande of nieuwe fietssystemen, -onderdelen en -locaties tegen het licht zal houden. Zoals
> fietsen in Brussel
> de supermarktfiets (niet doen!)
> Hollowtech II, Mega Exo, UTS (de moeite waard?)
> waarom het loont handgemaakte wielen te gebruiken
> Sealskinz (zijn ze echt waterdicht?)
> welke verlichting voor welk gebruik
> compact crankstel
> Tubus bagagedragers
> het zweethemd...
Enzovoort. Ik test voor ik verkoop....
Uw reacties, of eigen ervaringen met het materiaal, zijn van harte welkom.

zaterdag 5 mei 2007

Supermarktfiets? Nee dank u.

Geen enkele fietsenmaker zal fietsen repareren die uit de supermarkt komen. Ook ik niet. Om twee redenen.
Eén. Fietsenmakers zijn vaklieden, begaan met de kwaliteit van hun fietsen en met de veiligheid van de berijder. Zij controleren een nieuwe fiets grondig voor hij de straat opgaat en doen na een tijdje een gratis check-up.
Het is dan ook niet erg tactvol om met een fiets (of onderdelen), die je voor een appel en een ei in een supermarkt zonder naverkoopdienst - of bij Van Eyck - gekocht hebt, naar een vakman te stappen. Dat is zoiets als met een diepvriesschotel naar een restaurant gaan en vragen of de kok het voor je op wil warmen.
En twee: fietsen uit de supermarkt gaan makkelijk kapot, maar zijn moeilijk of niet te repareren. Onderdelen zijn obscuur of allang uit de circulatie. Het metaal van de frames en de componenten is te zacht om er een bout in vast te krijgen (cranks zijn een mooi voorbeeld). Resultaat: gerammel, roest, remmen die niet werken, rochelende versnellingen. Je koopt een fiets die je na een jaartje weg kunt gooien. Geen fietsenmaker die ervan wakker ligt.